De grote tradities en hun lakmeesters

De grote tradities en hun lakmeesters

Japan kent meer dan dertig lakwerkcentra, elk gevormd door geografie, klimaat, geschiedenis en de generaties meesters die er hun leven aan gaven. Niet twee centra zijn hetzelfde. Het materiaal, urushi is overal gelijk, maar wat er mee wordt gedaan verschilt zo sterk dat kenners een stuk soms op eerste gezicht kunnen thuisbrengen: dit is Wajima, dat is Kyoto, hier hoor ik Echizen.

Binnen de traditie spreekt men van de vier grote stijlen: Wajima, Echizen, Aizu en Kishu, al zijn Yamanaka en Kyoto in dezelfde adem te noemen als het gaat om de theeceremonie. In de prefectuur Ishikawa leeft zelfs een oud gezegde: "Yamanaka voor de houten kern, Wajima voor het lakken, Kanazawa voor de maki-e." Drie steden, elk de beste in hun onderdeel. Een enkele natsume kan het werk van alle drie dragen.

Wajima, aan de ruwe westkust van het Noto-schiereiland in Ishikawa, staat bekend als de meest veeleisende school. Wajima-nuri is gebaseerd op een grondlaagopbouw van tientallen lagen, elk afzonderlijk aangebracht, gedroogd en geschuurd, versterkt met stof en rijstpasta. Het resultaat is een lak van ongewone hardheid en diepte. Maar Wajima is niet alleen techniek; het is ook een systeem van specialisatie. Houtdraaier, grondlegger, lakenaar, decorateur: elk werkt aan één onderdeel van het proces. Coördinatie en vertrouwen zijn even essentieel als handigheid. Een Wajima-stuk is een collectieve prestatie, ook al draagt het de naam van één meester.

Yamanaka, in het bergachtige binnenland van Kaga in dezelfde prefectuur Ishikawa, heeft zijn naam gebouwd op de houten kern. Yamanaka-meesters zijn de grootste houtdraaiers van Japan: zij werken op voetgedreven draaibankjes die al vier eeuwen onveranderd zijn, en snijden met handgesmede gereedschappen een variëteit aan groeven en texturen die nergens anders wordt geëvenaard. Het houtpatroon in een Yamanaka-stuk is nooit verborgen maar gevierd. Zij leveren bovendien de houten kernen voor talloze andere centra: veel natsume's die als Wajima- of Kyoto-stuk worden afgeleverd, begonnen hun leven op een Yamanaka-draaibank.

Echizen, in de prefectuur Fukui, heeft een geschiedenis van meer dan vijftienhonderd jaar. Het is het oudste lakwerkcentrum van Japan, en dat ouderdom is voelbaar in de aanpak: zorgvuldig, precies, functioneel en schoon. Waar Wajima grandeur nastreeft, zoekt Echizen evenwicht. De maki-e-meesters van Kawada, de historische wijk in Sabae waar urushi generaties lang het ritme van het dagelijks leven bepaalde, werken in een traditie die minder op vertoon is gericht dan op dienstbaarheid aan het object. Een Echizen-natsume draagt de bescheidenheid van iemand die weet wat hij waard is.

Kyoto brengt een derde karakter. Als eeuwenlang centrum van de Japanse hoge cultuur, van de keizerlijke hoftraditie en de grote theescholen, heeft Kyoto een lakwerkstijl voortgebracht die wordt gekenmerkt door elegantie, literaire verwijzingen en een diep begrip van seizoen en context. Kyoto-meesters werken niet voor de markt; zij werken voor de theeceremonie, voor het ritueel, voor de haiken, het moment waarop gasten na de ceremonie het object in handen nemen en bestuderen. Elk detail moet de scrutiny van aandacht kunnen doorstaan.

Aizu, in het bergomsloten binnenland van Fukushima, heeft een heel andere oorsprong. In de vroege Edo-periode groeide hier een lakwerktraditie die werd gestimuleerd door de lokale feodale heer, die ambachtslieden uit andere centra naar zijn domein liet komen en de productie actief bevorderde. Aizu staat bekend om levendige kleuren en krachtige motieven: den, bamboe, pruim, rituele pijlen. De schildertechniek Aizu-e, waarbij gekleurde lak direct wordt aangebracht als een penseel op papier, geeft Aizu-stukken een schilderkunstig directheid die andere tradities ontberen. Het is eerder uitbundig dan ingehouden, eerder feestelijk dan cerebraal.

Kishu, in de prefectuur Wakayama aan de Stille Oceaan, heeft zijn wortels in een kloostertraditie. De monniken van de Negoro-ji-tempel maakten eeuwen geleden hun eigen gebruiksvoorwerpen: sobere schalen en dienbladen waarbij rode lak over zwarte werd aangebracht. Door jarenlang gebruik sleet de rode laag gedeeltelijk weg, zodat zwart en rood door elkaar kwamen te liggen. Die onvoorziene schoonheid werd een stijl op zich: negoro-nuri, een oppervlak dat ouderdom en gebruik als decoratie omarmt. Kishu-lakwerk is praktisch, duurzaam, van nature mooi, en spreekt een taal die niet om aandacht vraagt.

Wakasa, ook in Fukui gelegen maar volstrekt anders van karakter dan Echizen, is het meest onverwachte centrum. Wakasa-nuri wordt gemaakt in Obama, aan de Japanse Zeekust, en is geïnspireerd op de zeebodem: schelpen, zeewier en koraal worden in de lak ingewerkt en daarna geschuurd en gepolijst totdat zij als een dwarsdoorsnede van de oceaan zichtbaar worden. Het is een techniek die fantasie en geduld in gelijke mate vraagt, en die een object oplevert dat eruitziet alsof het zelf een geologische geschiedenis heeft.

Elk van deze centra heeft zijn eigen kijk op wat een lakwerkstuk moet zijn en doen. Samen omspannen zij een spectrum van het ceremoniële tot het gebruikelijke, van het sobere tot het weelderige, van het collectieve tot het diep persoonlijke. Wat zij gemeen hebben is de lak zelf: levend materiaal, gewonnen uit een boom, dat pas zijn ware aard toont in de handen van iemand die weet te wachten.

Terug naar blog

Reactie plaatsen